8.03.00 (3412) edit | Nederlands Dagblad | nieuws

Per jaar dient hij - doorgaans in opdracht van media - tientallen aanvragen om informatie bij overheidsinstanties in met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB). Voor de actie van drie landelijke kranten die tot de gedwongen publicatie van maandag leidde, had hij gisteren in NRC Handelsblad echter geen goed woord over.

Dat is opvallend, omdat Vleugels nog geen maand geleden - o.a. in deze krant - journalistiek speurwerk naar ministersbonnetjes met behulp van de WOB toejuichte. Er was echter één verschil: toen ging het om een gerichte vraag naar het uitgeefgedrag van één specifieke minister (inderdaad ja, van minister Peper). Maar die had door zijn veronderstelde bourgondisch optreden als burgemeester van Rotterdam dan ook aanleiding gegeven tot enige argwaan. Dat gold zijn 28 collega's echter niet. En dus was de actie van de kranten - in de woorden van Vleugels - schieten met hagel, ,,waardoor er altijd wel iets wordt geraakt, maar niets goed''. Hij heeft gelijk: de WOB is bedoeld voor gerichte schoten.

Overigens heeft dít schot journalistieke hagel zelfs nog geen musje uit de boom doen vallen. Of het moest zijn de 'onthulling' dat een enkel bewindspersoon wel een erg ongeremde kruideniersmentaliteit vertoont. Het declareren van vulpenvullingen en damestijdschriften bijvoorbeeld getuigt niet direct van een brede visie. Maar echte ongerechtigheden hebben de lijsten van maandag niet geopenbaard. Zelfs Peper laat in vergelijking met zijn collega's geen exorbitant declaratiegedrag zien.

De conclusie lijkt dan ook gerechtvaardigd dat de leden van het kabinet er een vrij sobere levensstijl op nahouden. Lijkt, want hoewel qua omvang vuistdik, is de bewijskracht van het nu gepubliceerde materiaal ter onderbouwing van vorenstaande conclusie flinterdun. Eigenlijk zegt de hele stapel papieren niets.Zo worden slechts totaalbedragen genoemd en ontbreken in de meeste gevallen de onderliggende bonnetjes. Merkwaardig is dat er ministers zijn die in 1998 in het geheel geen reis- en verblijfskosten blijken te hebben gehad, maar daarvoor in 1999 tienduizenden guldens opvoeren. Nog vreemder is dat één minister wel verblijfskosten opvoert, maar bij reiskosten 'nihil' invult.

Dat maakt duidelijk dat deze 'openheid' zeer betrekkelijk is. Er is voor kabinetsleden namelijk nog menige andere manier om te declareren. Bijvoorbeeld via de creditcards van meereizende ambtenaren of door de rekening te laten opsturen naar het ministerie.

Dit soort gebruik van de WOB werkt inflatoir. En dat geeft alleen maar voeding aan de hier en daar reeds geuite wens om de wet 'aan te scherpen'. Beter is het wanneer alleen dan een beroep op de wet wordt gedaan, wanneer de overheid aanleiding geeft tot gerede argwaan.En wat die declaraties betreft: waarom zou het kabinet in plaats van geheime afspraken niet gewoon een publieke gedragscode overeenkomen?

door P.A. Bergwerff
ND

Reacties

Geef een reactie




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)