15.03.02 (11207) edit | Volkskrant | nieuws

De Wob, die het OM als overheidsorgaan verplicht informatie te verschaffen, legt de openbaarmaking van strafrechtelijke persoonsgegevens aan banden. Het gaat dan om informatie, die direct of indirect redelijkerwijs kan leiden tot de identificatie van een persoon als verdachte of als dader. Openbaarmaking van deze gegevens mag uitsluitend wanneer de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer betekent. Ook de nieuwe Wbp legt de lat hoog. Het OM is bevoegd om gegevens over verdachten te verstrekken, maar alleen als het past binnen de taak van OM of politie, als er sprake is van een zwaarwegend openbaar belang en ook nog eens alleen die gegevens die noodzakelijk zijn met het oog op het doel waarmee ze verstrekt worden.

Deze criteria leiden ertoe dat het OM slechts persoonsgegevens mag verstrekken onder bijzondere omstandigheden en niet uit het oogpunt van algemene persvoorlichting. Het verminderen van onrustgevoelens na een misdaad kan zo'n bijzondere omstandigheid zijn. Maar als dat bereikt kan worden door mee te delen dát een aanhouding is verricht, zal daarmee worden volstaan. Melden wie de verdachte is, dient dan geen enkel doel.

Met het verstrekken van informatie die leidt tot de identiteit van de verdachte, wordt hoogstens ingespeeld op een bepaalde zucht naar sensatie. Om een recent voorbeeld te geven: het is ongepast wanneer het OM naar aanleiding van een aangifte van mishandeling bekend maakt dat de verdachte een bepaalde profvoetballer is. Een ander voorbeeld; onlangs werd een verdachte in de zaak Nicky Verstappen aangehouden. Voor insiders is het vermelden van de leeftijd en woonplaats van deze man genoeg om te weten om wie het gaat. En in een dergelijke mediagevoelige zaak zijn er genoeg insiders, ook binnen de journalistiek. Dat na het DNA-onderzoek de man weer op vrije voeten werd gesteld, werd weliswaar vermeld, maar bij velen zal het enkele feit dat hij voor enkele dagen is vastgehouden door de politie, de gedachte doen postvatten: "waar rook is, is vuur". Daarnaast werd het complete doopceel van de man gelicht in diverse media.

Dat de journalistiek een eigen belang heeft bij het publiceren van dergelijke informatie, wordt geenszins ontkend. Het OM mag zulke gegevens echter niet voorzien van een officieel tintje door ze te bevestigen, te ontkennen of zelf actief te verstrekken. Informatie over de persoon van de verdachte helpt de media ongetwijfeld een smeuïger verhaal te maken, maar schaadt de persoonlijke levenssfeer van betrokkene. In beide voorbeelden is het bovendien moeilijk te rechtvaardigen dat het vrijgeven van dergelijke persoonlijke informatie bijdraagt aan de taakuitoefening van het OM of te kenschetsen is als een zwaarwegend openbaar belang.

De nieuwe Wob en Wpb getuigen van het grotere belang dat de maatschappij aan privacy hecht. Die ontwikkeling conflicteert met de sensationalisering van het misdaadnieuws. Misdaad is sexy. Er is steeds meer aandacht voor criminaliteit en misdaad. De journalistieke zoektocht naar Het Verhaal achter de misdaad, naar De Mens achter de misdadiger, wordt steeds sterker. De brandstof voor die trend is persoonlijke informatie over verdachte en slachtoffers. Dat creëert een grote vraag naar informatie bij politie en OM.

De kritiek op de Aanwijzing richt zich onder meer op de afscherming van persoonlijke gegevens door het OM. De media zeggen zelf voldoende zorgvuldig te kunnen bepalen hoe ze met zulke gegevens omgaan. Zelfs als dat zo is, is een dergelijke ongelimiteerde verstrekking van persoonlijke gegevens in flagrante strijd met de norm die wet stelt.
De wijze waarop de berichtgeving over strafrechtelijke onderzoeken verloopt, doet toch al soms denken aan het proces aan het eind van Alice in Wonderland. 'First the sentence, then the trial'. Als de in de media als dader gebrandmerkte en uitvoerig besproken verdachte uiteindelijk wordt vrijgesproken, leidt dat meestal tot hooguit een kort berichtje.

Het argument van journalisten dat de pers moet weten wie is aangehouden om zo te kunnen waarborgen dat geen onterechte arrestaties plaatsvinden, zal door gearresteerden zelf met verbazing worden aangehoord. Worden iemands rechten gewaarborgd door hem met naam en toenaam in de krant te zetten? Er zijn toch ook nog advocaten en rechters? De behoefte aan levendig nieuws is hier waarschijnlijk toch belangrijker dan argumenten van rechtsstatelijkheid.

Behalve wet, recht en fatsoen zijn er ook meer tastbare redenen waarom justitie terughoudend moet zijn: de kans op juridische repercussies. Het OM is de afgelopen jaren de nodige malen door de rechter terechtgewezen voor de manier waarop OM of politie over een zaak in het nieuws zijn getreden.

Het probleem is minder groot als het gaat om het verstrekken van informatie die niet aan personen is te koppelen. Er is - uiteraard - het belang van opsporing en vervolging, dat noopt tot een zorgvuldige afweging. Maar op het OM als overheidsorgaan rust een actieve plicht verantwoording af te leggen over zijn doen en laten. Als het gaat over strafzaken richt het OM zich op objectieve informatie over de wijze waarop een bepaalde zaak tot klaarheid wordt gebracht. Het OM kan, kort gezegd, dus meer vertellen over de daad dan over de dader.

Daarnaast leidt de afdoening van bepaalde zaken ook tot het actief verstrekken van gegevens. Het artikel van het College bescherming persoonsgegevens maakte gewag van de nieuwe Aanwijzing hoge transacties. Het uitbrengen van een persbericht is hierbij een voorwaarde. Meestal betreffen deze transacties overigens rechtspersonen, die geen persoonlijke levenssfeer hebben en zich dus ook niet kunnen beroepen op de Wbp. Maar veel belangrijker is dat een verdachte vrijwillig kan besluiten een transactie te aanvaarden, daarbij rekening houdend met de gestelde voorwaarden. Een willekeurige verdachte van een serie inbraken moet maar afwachten wat OM en politie over zijn persoon in de publiciteit brengen.

De nieuwe Aanwijzing leidt onnodig tot een oestercultuur bij het OM, vrezen journalisten, politie en het College bescherming persoonsgegevens. Het tegendeel is waar. Het OM zal zich nog veel meer moeite getroosten te laten zien wat het doet. Maar niet ten koste van mensen, waarvan het OM de belangen dient te beschermen.

J.L. de Wijkerslooth is voorzitter van het College van procureurs-generaal

Bron: Volkskrant / Recht.nl

Reacties

Geef een reactie




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)