7.10.02 (11119) edit | Michel van Hulten

Controle en dwang

Een bekend woord in dit verband is “lobbyen”. En niemand denkt bij dat lobbywerk meteen aan corruptie of aan gebrek aan integriteit. Maar sommige vormen van beïnvloeding zijn (volstrekt) onaanvaardbaar, andere zijn meer cultureel en historisch bepaald en navenant meer aanvaardbaar. Wat betekent dit voor ons gedrag?

Heel in het algemeen kun je zeggen dat alle gedrag wat in je relaties met anderen door je collega’s aanvaard wordt, blijkbaar voldoet aan de onderling te stellen eisen van integriteit. Deze sociale controle werkt als het ware ‘vanzelf’. En vrijwel iedereen wéét ook heel goed wat zonder meer voor de eigen collega’s (on-) aanvaardbaar is.

Toch kunnen we het daar niet bij laten. Niet alles kan immers gemakkelijk worden waargenomen en niet iedereen kijkt op dezelfde wijze tegen de maatschappij en tegen zijn rechten en plichten aan. Bovendien is er nog zoiets als ‘privacy’. Niet iedereen hoeft toch alles van je te weten? Maar als het om gemeenschapsgeld gaat en om een functie die vervuld wordt om de gemeenschap te dienen? Het voorkomen van problemen is dan dikwijls beter dan achteraf te moeten ontdekken en straffen.

Het voorkomen van corruptie vereist dat zakelijke transacties ‘open’ gedaan worden. Altijd als er ‘iets’ besteld of geleverd wordt, of dat nu een materieel product is of een dienst, of kennis (bijv. voorwetenschap), dreigt het gevaar van corruptie. Waarom? Iemand wil de wet omzeilen, probeert een contract binnenhalen, of wil goedkoper uit zijn, een concurrent te slim af. Of heeft belang bij een snellere of meer ‘aangepaste’ transactie. Openheid kan een levenshouding zijn, maar soms moet het ook opgelegd en afgedwongen worden. Voor dat laatste is wetgeving en toezicht noodzakelijk, evenals zo nodig opsporing, vervolging en straf.

Een achttal instrumenten

Bij de bestrijding van corruptie worden vele instrumenten benut om openheid te bereiken. Elk raads- en statenlid kan zelf wel bedenken wat er in de eigen raad of staten aan ontbreekt. Toch volgt hieronder een ‘hulplijstje’.

  1. Verreweg het beste middel is de openbaarheid van inkomen en bezit van iedereen die werkzaam is in het publieke domein. In verscheidene landen is bijvoorbeeld al ingevoerd dat volksvertegenwoordigers en leden van de regering één keer per jaar publiek maken wat zij bezitten aan geld, aandelen en onroerend goed. Dan zien we tegelijkertijd of het jaarlijkse inkomen dat ook publiek gemaakt wordt, wel in een redelijke verhouding staat tot het opgegeven bezit. Onoorbaar verkregen inkomen is op deze manier moeilijk geheim te houden. Nationaal vereist dit waarschijnlijk beperking of zelfs opheffing van het bankgeheim.
  2. Opstellen en publiceren van gedragsregels voor politici en ambtenaren. Kamerleden moeten bijvoorbeeld hun nevenfuncties registreren in het daartoe ingestelde register in de Tweede Kamer. Ook in een aantal raden en staten vindt deze registratie al plaats. Wie een “eigen belang” op de agenda ziet, doet niet mee aan een debat om belangen-verstrengeling te voorkomen. De voorzitter van de plaatselijke voetbalvereniging die ook raadslid is praat dus in de raad niet mee over de uitbreiding van het voetbalstadion.
  3. Controle op het gebruik van de publieke middelen, dat doen raads- en statenleden al zelf. De nieuw ingestelde ‘rekenkamers’ kunnen daaraan een grote bijdrage leveren. De resultaten van die controles worden uiteraard gepubliceerd. Bestuurders rapporteren schriftelijk over hun doen en laten in functie.
  4. Instelling van een gespecialiseerd anticorruptiebureau, voortdurend alert op signalen uit de maatschappij dat sommige politici of ambtenaren open staan voor steekpenningen in ruil voor privileges. Anonieme informatie wordt ook op prijs gesteld. Fondsenwerving en uitgaven van politieke partijen en politici, en van politieke activiteiten, in het bijzonder verkiezingscampagnes worden publiekelijk bekend gemaakt.
  5. Voor alle publieke functies wordt in het openbaar gesolliciteerd. Geen baantjes meer als ‘achterafbeloning’.
  6. ‘Klokkenluiders’, die publiekelijk bekend maken wat het publiek toch al had behoren te weten, worden beschermd.
  7. Let op openbare aanbesteding van contracten voor openbare werken en leveringen aan de overheid en publicatie van contracten. Moedig burgers en groepen van burgers aan mee te werken aan de voorbereiding van beleid en in de besluitvorming. Dit is bevorderlijk voor de openheid. Het rechtvaardigt ook de financiering van kosten van politieke partijen uit de publieke middelen. Tevens is het voor de publieke zaak van belang dat ook andere niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) goed georganiseerd zijn en effectief hun werk doen. Zij hebben dan ook recht op financiering uit de publieke middelen; dat is meer dan een gunst. Zij zijn belangrijk als ‘waakhonden’ van het publieke belang.
  8. Vrijheid van pers en andere media en recht op informatie. De WOB - Wet op Openbaarheid van Bestuur is daarvoor in Nederland van grote betekenis. Waakzaamheid is geboden, opdat bestuurders op alle niveaus dat recht op informatie niet beperken.

En nu de praktijk

Zo’n lijst lijkt heel wat. Maar helaas weten we niet welke maatregelen het best werken en dus het meeste resultaat opleveren. Dat is demotiverend. Het betekent ook dat aan dit probleem meer aandacht gegeven moet worden. Wat kunnen raads- en statenleden hier in het bijzonder aan doen?

  1. Onderzoek de publieke opinie. Ga na wat en waar burgers ervaren aan corrupt gedrag in de bestuursorganisaties om iets gedaan te moeten krijgen. Welke ambtenaar, welke politicus, welk loket, vraagt extra geld? Hoe open is de notaris, de gezondheidszorg, het bevolkingsregister, en de sociale dienst?
  2. Onderzoek boekhoudingen van overheidsinstanties. Wie betaalt hoeveel voor welk product of welke dienst? Vergelijk de resultaten en zie de prijsverschillen.
  3. Onderzoek ‘gaten’ in de wetgeving bij ondernemers en hun organisaties en bij werknemers en de vakverbonden. De mensen op de werkvloer hebben een goed inzicht in wat er allemaal kan gebeuren en soms ook gebeurt. Sommigen kunnen dat niet voor zichzelf verantwoorden en worden ‘klokkenluider’. Anderen weten veel, maar houden hun mond, ook omdat ze er niet naar gevraagd worden.
  4. Doe meer met alle gegevens die nu al verplicht openbaar gemaakt worden. Laat de ‘wetenschap’ erop los. En trek conclusies voor het dagelijks leven.

Michel van Hulten
michelvanhulten@planet.nl

Reacties

Geef een reactie




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)