26.10.04 (11041) edit | FD | nieuws

Overheden, ondernemingen, beroepsgroepen, belangenorganisaties, maar ook goededoelenorganisaties, scholen en ziekenhuizen, zij worden vandaag allemaal op hun transparantie getoetst. Verschaffen zij wel de informatie die zij kunnen verschaffen? Wat houden zij allemaal achter, over niet-geslaagde operaties en topsalarissen?

Van de weeromstuit kiezen sommige partijen voor de vlucht naar voren. Organisaties nemen in hun gedragscode transparantie op als een van de waarden waarop zij mogen worden aangesproken. En soepel voegen bedrijven zich naar de eisen van de code- Tabaksblat, die beoogt beursgenoteerde ondernemingen transparanter te maken. Betrokken groeperingen lijken elkaar daarbij te vinden in de gedachte dat in een glazen huis weinig verkeerde dingen kunnen gebeuren. Maar is dat wel zo?

Allerminst. Wat wordt gepresenteerd als een veldtocht tegen de heimelijkheid dreigt uit te lopen op een dwaaltocht vol verblinding, door een teveel én, nog steeds, een tekort aan informatie.

Iets daarvan werd onlangs via een omweg zichtbaar. In november wordt in Maastricht een grote internationale conferentie gehouden over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen. Ter voorbereiding van die bijeenkomst werden onder meer vier kortlopende elektronische discussieronden georganiseerd. Telkens gedurende een week wisselden genodigden en belangstellenden per e-mail inzichten uit over een vooraf vastgesteld thema. 'Transparantie' was een van de thema's, ik was een van de genodigden.

De miniconferentie bleek even verwarrend als verhelderend. Dat gold voor de snelle samenvatting door de elektronische gespreksleider: 'Wij zien allemaal transparantie als een morele waarde.' 'Ho ho, niet zo haastig', denk ik dan, 'daar is meer voor nodig dan een vlaag van politieke of morele correctheid. Dan moet je ook weten wat je met transparantie bedoelt en waarom het belangrijk is.'

Een terugkerend punt van discussie was de vraag of transparantie opgelegd en gereguleerd moet worden, of overgelaten aan de goedwillende vrijwilligheid van de afzonderlijke partijen, 'want gedwongen transparantie werkt niet'. Dat werkt misschien niet altijd, maar vrijwillige transparantie werkt zeker niet, zo weten we intussen.

Veel discussieruimte werd besteed aan vragen als: van wie mag transparantie verwacht worden, welke informatie moet worden verschaft, wie mag erom vragen, en wat mag of moet de ontvanger ermee doen? Maar vijf werkdagen bleken te kort om tot blijvende bevindingen te komen.

Een vruchteloze exercitie dus? Nee, want enkele dingen werden wel degelijk duidelijker.

Daar was allereerst de constatering dat transparantie vooral procedureel wordt opgevat, zonder veel aandacht voor de inhoud. 'Wat is transparantie?' 'Transparantie moet er zijn!', altijd en overal, het doet er niet toe waarover. Dat is een moralistische eis met een hoog ruisgehalte.

Ook bleek dat de eis van transparantie gemakkelijk een heel ongewenste uitwerking kan hebben. Bijvoorbeeld wanneer bedrijven bestookt worden met vragenlijsten over hun contacten, praktijken en kengetallen. Vaak worden daarbij door los van elkaar opererende bureaus of organisaties vrijwel dezelfde vragen gesteld. Als de geadresseerde na het zesde verzoek het moede hoofd in de schoot en de vragenlijst terzijde legt, wordt hij geregistreerd als 'niet bereid te antwoorden', en daar is natuurlijk niemand op uit. Dit is een vorm van dwangverpleging onder het mom van transparantie.

Tsjalling Swierstra, filosoof aan de Universiteit Twente, en Evelien Tonkens, lid van de Tweede Kamer voor Groen Links, hebben in de Volkskrant van afgelopen 28 augustus een fraai opiniestuk gepubliceerd, waarin zij met veel voorbeelden laten zien hoe de roep om transparantie ontaardt in een vorm van georganiseerd wantrouwen. 'De meetlat wordt gebruikt om mee te slaan.' De praktijk bewijst bij herhaling hun droeve gelijk.

Wat dan wel? Voor de belangrijke dingen terug naar de achterkamertjes, en de glossy jaarverslagen voor de buitenwacht? Nee, natuurlijk. Maar transparantie moet wel aanmerkelijk doorzichtiger worden gemaakt.

Dat kan, als we de eisen niet onnodig opkloppen. Als we transparantie allereerst eisen in alle gevallen waarin sprake is van feitelijke of mogelijke fraude en bedrog. Daar past onverbiddelijkheid, en ruime toegang tot voorhanden informatie. Het kan ook wanneer we in alle andere gevallen terughoudendheid betrachten. Door nauwkeurig te omschrijven wat de rechten en plichten zijn van de verschillende instanties, welke informatie verschaft moet worden, wie er niet om mag vragen, en wat ermee mag gebeuren en wat niet. We hebben een redelijk functionerende Wet Openbaarheid Bestuur . Waarom niet iets soortgelijks voor de openbaarheid van informatie in het sociale verkeer? Goed gereguleerd, inderdaad, dus niet overgelaten aan de willekeur van de vrijwilligheid.

Transparantie moet geen loze leuze worden. We doen er goed aan minder nadruk te leggen op transparantie, en meer op betrouwbaarheid en bereidheid om verantwoording af te leggen. Dat is minder spectaculair dan een transparantieoffensief, maar wel doorzichtiger.

Door Henk van Luijk, filosoof en oud-hoogleraar bedrijfsethiek. E-mail: h.vanluijk@ worldonline . nl
Bron: FD

Reacties

Geef een reactie




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)