18.01.05 (3522) edit | Arthur Maandag | nieuws | wobinfo.nl

Overheden vinden al die openbaarheid maar lastig. Iedere gelegenheid wordt aangegrepen om te proberen allerlei informatie binnenskamers te houden. Een begin vorig jaar verschenen rapport van de Universiteit van Tilburg geeft daar mooie voorbeelden van. Het wordt tijd voor actie vanuit de journalistiek.

De Wet openbaarheid van bestuur is er om burgers de gelegenheid te geven bestuurlijke besluitvormingsprocessen te doorzien. In dat kader is alle informatie bij de overheid openbaar. Daar begint het mee, al zijn er vervolgens tal van uitzonderingsgronden.

De uitzonderingen zijn na de inwerkingtreding van de WOB, in 1980, eerder toe- dan afgenomen. Zo is een op zich al merkwaardige uitzondering over intern beraad in de loop der tijd opgerekt. Als je bestuurlijke besluitvormingsprocessen mag doorzien, is het op zich al vreemd dat je dan een uitzonderingsgrond schept voor intern beraad, want dat staat haaks op je uitgangspunten. Maar goed, de wetgever heeft het zo gewild.
Net zo goed als de wetgever er later bij de wijziging van de WOB in 1992 vrij stiekem voor heeft gezorgd dat er een uitbreiding kwam van deze uitzonderingsgrond. Er kan sindsdien ook sprake zijn van intern beraad als derden daarbij worden betrokken. Voorheen viel een rapport van bijvoorbeeld een extern bureau nimmer onder deze uitzondering.

Bestuurlijke intimiteit
De perikelen rond de ’bonnetjes van Peper’ leidden in 1999/2000 binnen de politiek tot geroep om inperking. Tot in de rechtszaal introduceerde de rijksoverheid de term bestuurlijke intimiteit. Dat was een fraaie vondst, al drong zich al snel de vergelijking met het sprookje van de nieuwe kleren van de keizer op. Hoezo bestuurlijke intimiteit? Deze mooi gevonden woorden duiden in feite op niets anders dan een verder poging tot uitholling van de wettelijk vastgelegde openbaarheid.

Eenzelfde verhaal geldt voor de manier waarop met name het ministerie van justitie reageerde op de invoering van de Wet bescherming persoonsgegevens, die op 1 september 2001 de Wet persoonsregistraties verving. Hoewel allerlei deskundigen anders beweerden, was het volgens het ministerie bijna onmogelijk nog strafrechtelijke informatie aan derden, zoals journalisten, te geven. Gelukkig is er inmiddels een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waaruit het tegendeel kan worden geconcludeerd.

En dat valt weer mee, want de Afdeling heeft eerder, in een zaak van de Volkskrant rond het IOC-lidmaatschap van kroonprins Willem-Alexander, een WOB-uitzondering over de eenheid van de Kroon op onaanvaardbare wijze opgerekt. In feite ging de hoogste bestuursrechter in die zaak in 1999 op de stoel van de wetgever zitten.

De burger ver in de minderheid
Het negatieve openbaarheidsklimaat blijkt ook uit het weinig bekende WOB-onderzoek (pdf) dat de Universiteit van Tilburg in januari vorig jaar uitbracht. ’Over wetten en praktische bezwaren’, uitgevoerd in opdracht van Binnenlandse Zaken, biedt een ’evaluatie en toekomstvisie op de Wet openbaarheid van bestuur’. Hoewel de journalisten Oranje (NRC) en Eikelenboom (Nova) en WOB-deskundige Vleugels zijn geïnterviewd, is het toch vooral een gezelschap overheidsdienaren, en in mindere mate wetenschappers, dat de toon zet. De stem van degene voor wie de WOB is bedoeld (de burger), is ver in de minderheid.

En dat is jammer. Want zo gingen de onderzoekers van start met een waslijst aan ten departemente verzamelde knelpunten. Die ademen vooral de geest dat de rijksoverheid helemaal niet pal staat voor de openbaarheid, en het allemaal maar lastig vindt.

De openbaarheid ligt vanuit Den Haag steeds meer onder vuur. Het wordt zo langzamerhand tijd voor tegenactie vanuit de journalistiek.

door Arthur Maandag
Bron: www.wobinfo.nl

Reacties

Geef een reactie




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)