2.05.05 (3552) edit | TC/Tubantia | nieuws

In het najaar van 2000 is het eindelijk zover. Het ministerie van VROM komt in actie. Ruim zeventien jaar lang hebben de omwonenden van het bedrijf aan de Wheeweg moeten leven met stank- en geluidsoverlast. Afkomstig van slachtafval verwerkend bedrijf Gebr. Bouwens Import Export Hengelo bv.

VROM-ambtenaren brengen in 2000 een bezoek aan dit ‘hoofdpijnbedrijf’ dat jaarlijks de provinciale milieuklachtenlijst aanvoert. Er zijn dan ongeveer tweehonderd klachten per maand. Ernstige overlast van stank en geluid leiden tot allerlei gezondheidsklachten bij mensen in de buurt.

Sommigen worden er depressief van. Ze denken dat hun klachten niet serieus worden genomen. ‘In feite’, zo schrijft het ministerie aan het college van Burgemeester en Wethouders van de toenmalige gemeente Goor, ‘is in heel Goor sprake van stankoverlast.’ De voornaamste grief van de omwonenden: de gemeente doet te weinig aan het handhaven van de gestelde milieuvoorschriften.

VROM eist onmiddellijk handelen van het college. Hercontroles op in 1999 nog geconstateerde overtredingen hebben nooit plaatsgevonden, stelt het ministerie vast. Van het toezicht op de naleving van de voorschriften komt eigenlijk weinig terecht. Bouwens moet alsnog in het gareel worden gedwongen. Maar dat blijkt een hele opgave, want VROM stelt ook vast dat de ‘vergunningensituatie’ onoverzichtelijk is geworden.

Uit de brief van het milieu-ministerie blijkt tussen de regels, maar soms ook heel direct, dat de misstanden zijn gedoogd. Ze waren wel bekend, maar er werd niet adequaat tegen opgetreden. VROM stelt onomwonden dat het bedrijf Bouwens niet op die plek thuishoort, tegen een woonwijk aan, en eist een Plan van Aanpak van Burgemeester en Wethouders. Een afschrift van de brief gaat naar de officier van justitie in Almelo, en Gedeputeerde Staten in Zwolle.

Nog geen zes weken later schrijft VROM de gemeente opnieuw, want Goor houdt zich akelig stil en er komt niets van een Plan van Aanpak terecht. Noch schriftelijk noch telefonisch, is iets vernomen uit Goor. Het college stelt midden in de gemeentelijke herindelingsperikelen te verkeren, maar Den Haag vindt dit een slap excuus.

Het kan haast geen toeval zijn dat de Raad van State een jaar later bepaalt dat de kwestie bij de provincie Overijssel thuishoort. Bouwens beschouwt de uitspraak als een overwinning. Maar de provincie blijkt een geduchte tegenstander. Vier jaar later beveelt ze het bedrijf tot sluiting, een uitspraak die later door de Raad van State wordt bevestigd. Omwonenden ervaren het als bevrijdingsdag 2005.

Uit dossiers over de zaak Bouwens (die de gemeente Goor vanaf 1983 bijhield, en die deze krant na een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur inzag) blijkt hoezeer de gemeente achter de feiten bleef aanlopen. Pas in de jaren negentig is ook de gemeente de ernst van de zaak duidelijk. Er worden dwangsommen opgelegd om het bedrijf te corrigeren, en er is zelfs een bevel tot sluiting. Maar dan gooien diverse rechters, die de maatregelen te ver vinden gaan, roet in het eten. De gemeente voelt dan dezelfde frustratie als de omwonenden.

Er zijn zeker twintig dossiers over Bouwens verpakt in een stuk of tien dozen. Dat is ongeveer één dossier per jaar over milieukwesties, ruimtelijke ordeningprocedures en in een later stadium dwangsommen. Op een gegeven moment is er 50.000 euro dwangsom gevorderd van Bouwens. Dat bedrag is nooit geïnd, door rechterlijke tussenkomst.

Vette walm

Het begint in 1983. Of eigenlijk eind jaren vijftig al. In 1958 krijgt G. J. Relker een vergunning voor een pluimvee-exportslachterij aan de Wheeweg 1. Buurman J.W. Haverkate krijgt een jaar eerder een vergunning voor een poeliers- en exportbedrijf aan de Molenstraat 53. Beide bedrijven zijn naast elkaar gelegen. Uiteindelijk zal Bouwens, die in 1983 het bedrijf van Relker overneemt, in de jaren negentig beide bedrijven samenvoegen.

Opvallend genoeg is in 1983 A.B. Wellink een vergunning voor een pluimveekokerij- en pellerij geweigerd. Wellink ligt dan onder druk in Nijverdal, waar hij een soortgelijk bedrijf heeft dat voor veel stankoverlast zorgt. Ook wordt geklaagd over een vette walm die op auto’s en wasgoed neerslaat.

Maar de gebroeders Bouwens (J. D. Bouwens en B.A. Bouwens, die in 2001 zou overlijden, afkomstig uit het Achterhoekse Hengelo en Zelhem) krijgen hun vergunning een paar maanden later zonder problemen. Daarvoor wordt zelfs een ‘korte procedure’ toegepast. Het college hanteert ineens de stelling dat het hier gaat om een onderneming ‘die zich richt op een heel ander product’. B en W beweren tegenover kritische omwonenden dat technische voorzieningen zijn geïnstalleerd om overlast te voorkomen. Ook zou zeer streng gecontroleerd worden op naleving van de voorschriften voor het bedrijf, dat kippenslachtafval verwerkt tot halffabrikaten voor de petfood-industrie (huisdieren).

In de jaren erna wordt de vergunning een paar keer gewijzigd in verband met veranderde omstandigheden binnen het bedrijf. Soms gaat het college akkoord met alleen een melding. Al spoedig komen de eerste klachten binnen op het stadhuis. Mensen spreken over ‘een weëe lucht’, ‘een ondraaglijke stank’ en ‘een verschrikkelijke stank’. De stank dringt ook door tot in omliggende kantoren en werkplaatsen. Sommige bedrijven durven daarom geen relaties meer te ontvangen. In die dagen helpt de gemeente Bouwens aan een flinke investeringspremie van het Rijk.

In 1987 komt de eerste handtekeningenactie op gang tegen het bedrijf dat het woon- en leefklimaat zou ‘vernietigen.’ Bouwens zegt ‘niet naar Goor te zijn gekomen om rotzooi te maken’ en zegt alles in het werk te willen stellen om de overlast te verhelpen; het is één van de vele en kennelijk loze beloften die in de loop der jaren zijn gedaan, veelal per brief, gericht aan de gemeente Goor en later (na de herindeling) Hof van Twente.

Na elke belofte voert Bouwens excuses aan waarom het niet is gelukt iets op tijd klaar te krijgen. Als omwonenden in 1987 toch naar de Raad van State stappen, tegen de beschikking van de gemeente om het bedrijf niet te sluiten, stelt de Raad van State min of meer dat Bouwens nog een kans moet krijgen. Bouwens belooft beterschap. De overlast zal nog achttien jaar voortduren.

Steeds vaker trekken de buurtbewoners aan de bel bij de provincie. De gemeente, blijkens interne stukken, stelt in 1988 dat de omwonenden gerust kunnen zijn, omdat de kwestie Bouwens nu onder controle zou zijn. Een raadscommissie stelt tevreden vast dat Bouwens voldoet aan de voorschriften. Maar daarmee werd de spreekwoordelijke kop in het zand gestoken. Het loopt tegen 1990 en er is een patroon van klachten van omwonenden, omdat er binnen het bedrijf andere productieprocessen in gang zijn gezet. De verkiezingsprogramma’s van de lokale politieke partijen geven in die dagen dat het ‘nu’ afgelopen moet zijn met de problematiek.

Zo hobbelt de kwestie maar door, jaar in jaar uit, en de dossiers worden alsmaar dikker. Het tijdrekken van Bouwens leidt niet tot ingrijpen. Vele overtredingen worden vastgesteld. Uit tussentijdse controle blijkt dat Bouwens illegale bedrijfactiviteiten pleegt en eerdere toezeggingen niet is nagekomen. Er wordt ook proces-verbaal opgemaakt door de politie, omdat er vet is geloosd op het riool. Uiteindelijk komt er 12 maart 1990 een bevel tot sluiting, maar Bouwens weet zich hieruit te redden mede door ook de gemeente aansprakelijk te stellen voor geleden schade.

Na een brand binnen het bedrijf bouwt Bouwens de zaak zonder vergunning weer op, omdat de directie het idee heeft dat de gemeente de vergunningverlening traineert. Nadat de officier van justitie de bouw stillegt, geeft de rechtbank Bouwens de ruimte om door te bouwen. Verhuizen van het bedrijf komt aan bod, maar is geen serieuze optie. Er is geen geld voor en Bouwens claimt aanzienlijke bedragen. De firma zegt elders 10.000 vierkante meter nodig te hebben, waar ze aan de Wheeweg 1800 vierkante meter heeft.

Er komen nieuwe filtersystemen en het gaat ogenschijnlijk een tijdje goed. En daarna begint het circus weer van voren af aan. In 1997 wil Bouwens het bedrijf van buurman Haverkate overnemen, want een verplaatsing van het gehele bedrijf is financieel niet haalbaar. De gemeente gelast Bouwens een Plan van Aanpak te maken om de geurproblemen op te lossen. Nu worden overtredingen van de milieuregels, de bouwvergunning en het bestemmingsplan vastgesteld. De gemeente dreigt opnieuw met een dwangsom, en legt die ook op. Maar geïnd wordt er niets, mede door rechterlijk ingrijpen.

Onderzoekers worden ingeschakeld om te bezien of het bedrijf inderdaad op deze locatie kan blijven. Bouwens is door de provincie gebombardeerd tot een zogenoemde categorie vijf-onderneming, een zware milieuververvuiler. Zwolle weigert mee te werken aan een nieuw bestemmingsplan om Bouwens/Haverkate te legaliseren. Opnieuw worden voorschriften aan de laars gelapt. Bouwens is in 2000 onderwerp van een gerechtelijk vooronderzoek, omdat hij veel meer zou produceren dan is toegestaan. Daarna volgen de brieven van het ministerie van VROM, waarin de gemeente wordt opgeroepen orde op zaken te stellen.

Door ambtenaren gemaakte foto’s van situaties binnen de onderneming, terug te vinden in de dossiers, bevestigen het beeld van een huishouden van Jan Steen. Het interieur oogt vies en rommelig, er wordt oud materieel gebruikt, oplaadkabels van het accustation liggen op de natte vloer, onbeschermde gasflessen staan in het zicht.

Rottend slachtafval

De foto’s verbleken echter bij de inhoud van een uit 2001 daterend vertrouwelijk rapport van de provincie. Bouwens doet veel meer dan de vergunning toestaat, er hangt een ongecontroleerde stank rond het bedrijf, er zitten gaten in het dak dat met asbestplaten is bekleed, onzorgvuldig omgaan met opstallen en machines, door verontreiniging is de vloer niet eens meer zichtbaar (er wordt sterk rottend slachtafval gevonden in kieren en naden). Er deugt eigenlijk niets van het bedrijf, blijkt uit allerlei deelrapporten ook op de terreinen brandveiligheid en arbo. Investeringen om alleen al de noodzakelijke geurmaatregelen te nemen worden geraamd op een bedrag van maximaal anderhalf miljoen gulden.

De Rijksdienst voor Vee en Vlees stelt in 2000 vast dat Bouwens veel meer verwerkt dan is toegestaan, hetgeen door Bouwens, ook weer, wordt ontkend. Weinigen weten dat op het adres Wheeweg nog een tweede bedrijf is gevestigd (volgens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel) en dat is de Zelhemse Vee- en Pluimveecentrale, dat handelt in levend en geslacht pluimvee ‘en ander vee’.

Ontkennen, tijdrekken, de gemeente staat er machteloos bij. De provincie heeft, na talloze procedures, de sluiting van Bouwens voor elkaar gekregen. Het betreft een uitzonderlijke maatregel die hoogst zelden wordt toegepast. De buurt verheugt zich, na 23 jaar, op een zomer zonder stank. Gedeputeerde G. Ranter gaat er vanuit dat de sluiting definitief is, hoewel Bouwens verder procedeert. Hof van Twente wil woningbouw op het Bouwens-terrein.

Door Gerard Smink en Henk Bouwhuis
Bron: TC/Tubantia

Reacties

Geef een reactie




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)